Congo (Belge) recensie
DE VOLKSKRANT
Wim Bossema op 06 februari '10, bijgewerkt 07 april '10
ANTWERPEN - Fotografie Congo belge * * * * *Foto's uit Congo in Antwerpen: het verleden is niet meer vervaagd maar kraakhelder.
Antwerpen De foto lijkt wel onlangs gemaakt - scherp, in prachtige afdrukkwaliteit - maar hij is een eeuw oud. Van Kerkhovenstad, 1903. Een groep zwarte mannen, aan elkaar geketend, met pikhouwelen: ‘Gevangenen vernietigen een termietenheuvel.' Het is duidelijk: we zijn in het Congo van de Belgische koning Leopold II.
De aanleiding voor de fototentoonstelling in het FotoMuseum in Antwerpen is de onafhankelijkheid van Congo, vijftig jaar geleden. Het is passend daarover een dubbelexpositie te organiseren: de een met historische foto's, de ander met een speciaal gemaakte serie van Magnumfotograaf Carl De Keyzer. De oude foto's komen uit het archief van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. De Keyzer maakte reproducties van de originele glasnegatieven met moderne digitale middelen, en maakte grote afdrukken.
De beelden zijn indringend, komen dichtbij, het verleden is niet meer vervaagd maar kraakhelder. De dode jonge man op een foto, omgeven door rouwende vrouwen, lijkt gisteren overleden. Bij de aankomst van een stoomschip staan de Belgische kolonialen in spierwitte pakken tussen de Afrikanen op de modderige oever; het is alsof de museumbezoeker met een tijdmachine heeft gereisd.
De foto's zijn niet op een verhaal gekozen, maar op hun kracht. De volgorde is willekeurig: zoals ze in het archief zitten. Toch geeft deze tentoonstelling een complete indruk van dat bizarre leven van Belgen tussen de Congolezen. Blanke welstand naast traditionele Afrikaanse levenswijzen.
Hoewel de foto's zijn gemaakt met de opdracht de goede werken van het koloniale bewind te laten zien, hebben ze de beklemmende sfeer die past bij het wrede regime, al ontbreken de bekende foto's van martelingen. De kettingen van gevangenen, de werkomstandigheden, de blik van de Afrikanen - zelden vrolijk - zeggen genoeg.
De nieuwe foto's die Carl De Keyzer heeft gemaakt in de Democratische Republiek Congo van nu, bieden een wonderlijke spiegel voor die historische foto's. Hij zocht overal naar de restanten van de Belgische aanwezigheid. Kinderen zitten in een klas waarvan alleen de muren nog half overeind staan; fabriekmachines zijn verroest; een vliegtuigwrak is een kinderspeeltuig. In een smerige gang van een oude gevangenis staat een sjofele bewaker, met een ketting en hangslot in de hand.
De Keyzer heeft op de verstilde beelden meestal ook Congolezen geportretteerd. Dat geeft deze fascinerende foto's hun dubbele lading, een gevoel van een diepe historische betekenis. Bij nadere beschouwing gebeurt er iets op die foto's. Soldaten vermaken zich in een vervallen oude countryclub, aan een kapstokje hangen tekeningen op karton van de vier broers Dalton uit de strip Lucky Luke. Op een andere foto zien we een vrouw op de rug, die naar een gebouw uit 1930 kijkt - maar wat gebeurt daar allemaal voor dat gebouw?
De meest politieke foto is die van een jongetje dat een handstand maakt bij een pick-uptruck van de VN (een grote vredesmacht probeert het geweld te beteugelen in het oosten, het bloedigste conflict in de wereld), voor een Belgisch bisdomgebouw. De gruwelen van nieuwsfoto's mijdt De Keyzer.
Sommige bezoekers zouden het verval van nu kunnen zien als een teken dat de onafhankelijkheid misschien toch een slecht idee was. De oude foto's laten echter weinig ruimte voor nostalgie. En De Keyzers eigen foto's dienen eerder als begeleiding van een definitief afscheid van zulke nostalgische gevoelens in België.
De Keyzer deelt zijn verwondering over de loop van de geschiedenis met zijn kijkers. Tussen de ruïnes van het Belgische kolonialisme wonen nu mensen die geen weet meer hebben van de herkomst daarvan. Ze leiden zo te zien hun eigen leven.
De Keyzer heeft onderweg opmerkingen verzameld, die als begeleidende tekst op de tentoonstelling dienstdoen. ‘Jongeren in Kisangani hebben de oplossing voor Congo', schreef hij bij deze uitspraak: ‘Laat ons dit land verkopen en de buit verdelen, dan hebben wij er ook iets aan.'


